Protestantse Kerk Bloemendaal-Overveen

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Protestantse Gemeente te Bloemendaal en Overveen

ContactSite mapHelp
Home Columns en preken

Pinksteren: feest der verbeelding

Het duurt even om de symbooltaal van het pinksterverhaal tot je te laten doordringen. Er is sprake van wind en vuur, van buiten zinnen zijn en spreken in tongen. De neiging om dat letterlijk en historisch te lezen, zit er nog steeds in. Maar het verhaal is aanduiding van een werkelijkheid die ook bestaat, de symbolische.

Het pinksterverhaal hanteert als zoveel bijbelverhalen de taal van de droom, de mythe en het gedicht. Ook dit verhaal gaat over wat een mens in verwondering waarneemt als bestaand, maar waarvoor hij geen woorden heeft, althans niet de woorden waarmee je de dagelijkse, zintuiglijk waarneembare werkelijkheid gewend bent te beschrijven.

Dat maakt het er overigens allemaal niet gemakkelijker op. Want het christelijk geloof is al heel lang aan inflatie onderhevig. De meerderheid van het ooit zo kerkelijke Nederlandse volk doet hooguit op wielen (de kinderwagen, de trouwkoets en de lijkauto) de kerk nog aan. Het geloof van de moderne westerling bestaat daaruit dat er iets moet zijn, dat er meer is tussen hemel en aarde en dat het Leger des Heils toch wel erg goed werk doet. En gesteld dat je gehoor zou vinden voor de verhalen over het volk in de woestijn en voor alle gebeurtenissen rond Jezus (The Passion), dan nog zou je gevaar lopen te blijven steken op het zelfde niveau als de feiten rond de slag bij Waterloo. Dan gaat het over de vaderlandse geschiedenis van Israël en over de wonderverhalen van Jezus. Leuk misschien maar onbegrijpelijk ver weg en even wezenloos als verhalen over de kroning van Karel de Grote of Napoleon. Ik bedoel maar: dat waar godsdienst over gaat, is niet van deze wereld.

Dingen weten is nog niet dingen ervaren. Dus wat moet je met Pinksteren, behalve genieten van een extra vrije maandag?

Pinksteren gaat over een werkelijkheid die zich alleen in symbolen en beeldtaal laat uitdrukken. In een verhaal over mensen die angstig bijeenzaten, afgesloten van de wereld, wordt uitgedrukt dat diezelfde mensen, mits bezield, tot overwinning van angst en afgeslotenheid in staat zijn. Het klinkt saai zoals ik het weergeef. Omdat ik begrippen hanteer. Een verhaal is beter. Een verhaal over een gesloten huis dat uitvalsbasis wordt om de wereld te begeesteren. Het ‘project mens’ krijgt in de eerste eeuw van onze jaartelling een nieuwe impuls. Dat we inmiddels veel van die oorspronkelijke bezieling zijn kwijtgeraakt, moge duidelijk zijn. Het visserslatijn werd kerklatijn. Charisma werd ambt. Ingeving werd dogma. Maar, ook dat is Pinksteren, bezieling blijft mogelijk. Als we maar niet braaf nazeggen wat geschreven staat. Godsdienst in deze tijd is mijns inziens buiten de geijkte kerktaal om verbeelden wat ons te boven gaat en toch wezenlijk is. Stem geven aan het mysterie, ruimte maken voor verhalen (denk aan het medium film) waarin onze diepste verlangens, drijfveren en weerstanden vorm krijgen.

Het verstand dat alles bevat bestaat niet. Wij zijn allen een glasscherf in een mozaïek waarvan niemand het geheel kan overzien. Hooguit vermoedt iemand bij vlagen de grootsheid en kleurenpracht van dit alles. Maar daar zijn weer geen woorden voor. Enkel beelden, klanken, dromen. Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen.

Aart Mak

Laatst aangepast ( zaterdag 05 mei 2012 09:01 )
 

Gewoon Pasen?!

Net na Kerst verschenen ze al weer in de schappen. De paaseitjes. Lekker, ook leuk voor de klein­kinderen. Die kleurige ovaaltjes staan ook zo mooi in een schaaltje op tafel. Het hoort bij deze tijd.

We hebben inmiddels, misschien als equivalent van de kerstboom paastakken in huis, gele knopjes die ontluiken in de lente. Nieuw leven. En de ‘Passies’ bevolken onze concertzalen en oude kerken. U hebt er vast al wel een bijgewoond of misschien zelfs meegezongen in een ‘scratch- Mattheus’. Kuikentjes en gele bloemen in de etalage. Straks weer een vrije dag op die liturgisch gezien merkwaardige tweede paasdag en er op uit, maar eerst eieren schilderen en in de tuin zoeken. Het is duidelijk. Het wordt gewóón weer pasen. Pasen is dus gewoon. Zoals ieder jaar. Een baken in de tijd, een ankerpunt van rust.

Dit feest, evenals Kerstmis een merkwaardige mengeling van oerheidense elementen en christelijke beschavingsgeschiedenis. Minder uitbundig gevierd dan het decemberfeest, maar toch: het is Pasen. Gewoon, weer pasen. Daar houdt het voor de meeste mensen dan ook wel mee op.

In de kerk gaan we naar de kerk. We hebben sinds Aswoensdag op de rem gestaan, stil gestaan bij de kwetsbaarheid van het leven, ons afgevraagd wat we eigenlijk aan het doen zijn, ons bezonnen over wat belangrijk is. Als het goed is. Misschien hebben we wel gevast, aan den lijve ervaren hoe het is dat niet alles vanzelfsprekend, gewoon is. En ja, het wordt weer gewoon pasen, ook in de kerk. Palmpasen met de kinderen en dan eerst de Stille Week, waar we de gang van Jezus meemaken tot en met het onvermijdelijke. We weten het. Het is gewoon zo, zo doen we het al eeuwen. Tot aan het hoogtepunt in de Paasnacht als het licht bij het eerste ochtendgloren is doorgedrongen in deze wereld, weten we: het wordt Pasen. Of we wisten het eigenlijk al. Net als elk jaar, gewoon Pasen. Gewoon, een gewoon feest. Zo vaak meegemaakt, je weet wat er gaat gebeuren. Het is er ieder jaar weer, ook al staat Pasen niet zo vast in de kalender als kerst.

Melito van Sardes zegt eind 2e eeuw aan het begin van de oudst bekende paaspreek: “De Schrift van de Hebreeuwse exodus is voorgelezen en de woorden van het geheimenis gaan uitgelegd worden: hoe het schaap is geslacht en hoe het volk is gered”. Woorden van het geheimenis. Dat is niet gewoon. Integendeel. Het schaap geslacht en het volk is gered. Het reddingsverhaal van Israël verbonden aan wat in de Goede Week gebeurt en wat in de Paasnacht volop tot uitdrukking komt. Ik blijf even leunen op dat woord geheimenis. Dat staat linea recta tegenover ‘gewoon’. Tegenover alles wat we als vanzelfsprekend verwachten, tegenover de gewone gang van zaken. Het vraagt om verwondering, om kijken en luisteren achter de dingen. Om je te laten verrassen, je te laten overrompelen door dit verhaal van het diepe geheim. Het onbegrijpelijke kan ook nooit gewoon worden, want als het gewoon wordt, dan kondigt de dood zich opnieuw aan, terwijl dit geheimenis nu juist leven wil onthullen. Echt leven, openstaan voor anderen, met wie je er samen in kunt delen en voor wat de hemel aan geheimenis kan onthullen.

In de Oude Kerk was er geen sprake van Kerstmis. Pasen was waar het allemaal mee begonnen is, de redding van het volk, van mensen toen, van mensen nu. De kern waar het allemaal om draait. Zonder Pasen geen kerk. Zonder Pasen is er de dood in de pot. Is er nooit die wonderlijke daad van redding geweest door de Gezalfde, de Messias, de Christus. Ik hoop van harte dat Pasen ons zo kan verrassen, ons vervult van blijdschap, zodat we nooit meer iets gewoon vinden en zeker Pasen niet.

Otto Sondorp

Laatst aangepast ( vrijdag 30 maart 2012 08:29 )
 

Zeven dagen en zeven nachten


bleven zijn vrienden naast hem op de

grond zitten zonder iets tegen hem te

zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij

leed.(Job 2:13)

Het verhaal van Job is bekend. Hij is een vrome en rechtvaardige man met veel bezittingen. Volgens Satan is Job godsvruchtig doordat het hem zo goed gaat. Hij wil het tegendeel bewijzen en na overleg met God mag Satan met Job doen wat hij wil. Vervolgens wordt Job door de ene na de andere rampspoed getroffen. Zijn vee wordt geroofd en gedood, zijn kinderen komen om en nog zegt hij: “De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen.”(Job1:21). Dan wordt Job ziek, zijn lijf is met zweren bedekt en dit komt zijn vrienden ter ore. Ze gaan op weg om hem te troosten. Hoe doen ze dat? Door naast hem te gaan zitten en niets te zeggen.

Bij hun zwijgen wil ik stil staan. Ik denk dat velen hier iets van herkennen. Immers: het ontbreekt veel mensen aan woorden als ze van iemand horen dat hij of zij een ernstige ziekte heeft. Ze praten wel met anderen over de zieke, maar niet of nauwelijks met hem of haar, waardoor deze zich eenzaam voelt en onbegrepen. Liever dat ze zeggen, dat ze niet weten wat ze moeten zeggen, dan dat ze helemaal niets zeggen. Er zijn echter ook mensen, die zo bang zijn voor de stilte dat ze te veel zeggen. Ze komen met goedbedoelde adviezen en raden de zieke aan vooral positief te denken of ze wijzen hem of haar op zijn of haar ongezonde gedrag van vroeger. “Het komt misschien wel doordat…”, zeggen ze dan en ze lijken meer te weten dan de behandelend arts.

Daarom vind ik wat de vrienden van Job doen zo mooi. Ze gaan naast hem zitten en ze lijden met hem mee en ze doen dat zonder ook maar iets te zeggen. Ik kan me indenken hoe troostend dat is, dat je, als je ziek bent en je af en toe je ogen opslaat, ziet dat je vrienden er zitten met wie je zoveel lief en leed gedeeld hebt.

Hadden ze het daar maar bij gelaten. Na een week nemen ze om de beurt het woord en ze leggen Job uit dat hij zijn lijden aan zichzelf te danken heeft. Hij heeft ooit iets gedaan waar hij voor gestraft wordt, zo is hun overtuiging. Hun zwijgen was troostvoller dan hun spreken. Misschien heeft de vader van Judith Herzberg een voorbeeld genomen aan de vrienden van Job en heeft hij zijn zieke dochter meer gegeven dan ze vermoedde. Doordat ze een gedicht schrijft over deze situatie geeft ze hem volgens mij gelijk.


Ziekenbezoek

Mijn vader had een lang uur

zitten zwijgen bij mijn bed.

Toen hij zijn hoed had opgezet

zei ik, nou, dit gesprek

is makkelijk te resumeren.

Nee, zei hij, nee toch niet

,je moet het maar eens proberen.

Beemdgras (1968) van Judith Herzberg (1934)


Ditsy van Houwelingen

Laatst aangepast ( dinsdag 28 februari 2012 17:05 )
 

Radicale Midden

Het CDA heeft ons wel te denken gegeven met zijn keuze voor het radicale midden. Het midden staat in de beeldvorming gelijk aan kleurloosheid en een vervelende manier van niet laten weten waar je aan toe bent. Radicaal zijn lijkt dan iets heel anders...

Ik sta even stil bij de diepere betekenis van het gemakkelijk gebruikte woord ‘midden’. Het menselijke denken rekent altijd in tweeën en in tegenstellingen. Mannelijk en vrouwelijk, licht en donker, lichaam en geest, goed en kwaad, hemel en aarde. Het bestaan is ook een tweestrijd. Woorden als tweespalt en tweeslachtigheid duiden op hetzelfde verschijnsel: help, ik moet voortdurend kiezen en ook in mij leven er twee zielen (Goethe). Nu gebiedt de logica van de geest om met die tweestrijd in het reine te komen. Er moet iets gebeuren om die tegenstelling op te heffen. Dat noemen we ook wel verzoening. Dat kan gebeuren als er een derde bijkomt. Een derde kan de twee die tegenover elkaar staan, met elkaar verbinden of hun tegenstellingen overbruggen. Daarom zeggen we ook dat alle goede dingen in het leven in drieën bestaan. Van twee naar drie dus. En de deugd moet uiteraard in het midden zitten. Hier gaat het om als wij het over het midden hebben. Hoe essentieel dat is, laat ik u zien aan de hand van de volgende tegenstellingen: water is het midden tussen waterdamp en ijs. De gematigde zone is het midden tussen de poolkap en de tropen. Een boom houdt het midden tussen de lucht van de hemel en de grond van de aarde en verbindt deze met elkaar.

De extremen zijn onleefbaar. De derde die erbij komt vormt de brug tussen de uitersten. Het gaat om de middenweg, de gulden middenweg. En wie even verder denkt, beseft dat het echte leven te vinden is tussen verleden en toekomst, tussen naar buiten gericht en naar binnen gekeerd zijn, tussen vasthouden en loslaten. Ingewikkeld? De waarheid vindt u ergens in het midden.

Jezus was mijns inziens een mens van het midden. Denk aan uitspraken over hem als iemand die in ons midden is als iemand die dient. En als er twee of drie in zijn naam bijeen zijn, is hij in hun midden. En toen hij aan het kruis werd genageld, hing hij tussen twee anderen, in het midden. En toen er twee na dit alles onderweg waren, kwam er een derde bij, als een vreemdeling met hen oplopend richting Emmaüs. Deze Mensenzoon wordt zelfs middelaar genoemd. Dat is iemand die tegenstellingen bijeen brengt en vijanden met elkaar verzoent. Tijdens zijn leven zette hij anderen in het midden, zoals de kinderen die weggedrukt werden of de vrouw die gestenigd dreigde te worden. Dat was radicaal, zou ik zeggen. Door dat te doen werd hij iemand die als geen ander opkwam voor mensen die door anderen in hun religieuze ordeningsdrift tot de rand van het leven werden veroordeeld. „Kind, kom in het midden staan!”, zei hij dan. En er kwam dan ruimte. Ongedachte ruimte in het midden van het leven.

Aart Mak

Laatst aangepast ( donderdag 02 februari 2012 21:56 )
 

Nieuwjaar!

Blijf niet staren op wat vroeger was.
Sta niet stil in het verleden.

Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen -
het is al begonnen, merk je het niet?

(Huub Oosterhuis, bij Jesaja 49:18-19)

Bij het woord 'staren' moet ik altijd denken aan een vis die wij hadden. Ik zal hem gekocht hebben vanwege zijn bijzondere naam, met theologische potentie: hemelkijkertje. Het beest, dat overigens geen lang leven beschoren was door een overijverige huisgenoot die meende met een beetje chloor het beste resultaat te behalen, had opvallende ogen. Hetgeen te verwachten is bij zo'n naam. Het beest keek niet recht voor zich uit, maar omhoog. Wie in de kom keek, had meteen oogcontact. In mijn herinnering botste hij geregeld tegen iets op. Maar dit kan ook op fantasie berusten. Hoe dan ook, staren deed hij. Om tureluurs van te worden.

Bij het verhaal over Jezus' hemelvaart staat ook de vraag: Wat staren jullie naar de hemel, Galilese mannen? De profeet Jesaja gebruikt het woord met betrekking tot het verleden. Dat levert op de drempel van een nieuw jaar een aansprekende tekst aan als rite de passage: Blijf niet staren op wat vroeger was! En of dat nog niet genoeg is: Sta niet stil in het verleden. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wij hangen aan het verleden en hebben moeite met verandering. In het dagelijks leven, als de kinderengroot worden en uitvliegen, als een dierbare overlijdt, anyway.

In de kerk is 'blijven staren op wat vroeger was' niet minder de praktijk bij lastige gesprekken en ingrijpende besluiten van verandering. Was het nog maar zoals vroeger. Weemoed kan ons een warm gevoel geven, maar is, als we de profeet mogen geloven, per slot van rekening een blok aan ons been. Want de tijd gaat verder. Maar dat is slechts een dun aftreksel van wat de profeet zegt. Het is niet de tijd die verder gaat, maar de Heer, die zijn geschiedenis van heil met ons voortzet op nieuwe wijze. Hij gaat ons voor de toekomst in, het leven door, op weg naar een nieuw begin.

Mijn onfortuinlijke hemelkijkertje heeft reeds lang het tijdelijke met het eeuwige ingewisseld, maar ik geloof niet dat de profeet het hiernamaals in gedachten heeft. Het nieuwe dat God brengt is wel 'van eeuwigheid' (in kwaliteit), maar bedoeld voor het hier en nu, als troost en motor van verandering en dynamiek. Daarbij past geen staar of weemoed. Bij de uittocht weigerde het volk ook al eens in de toekomst te geloven en keerde het liever terug naar 'de vleespotten van Egypte'. Toen was God wel een beetje kwaad op zijn volk. Kwaad en beledigd. Merk je het niet? is de vraag!

Om God te volgen op zijn weg moet je attent zijn, wakker en alert. Navolging is geen sinecure en niet iets voor luie mensen. De toekomst begint waar wij de vraag van de profeet bevestigend beginnen te beantwoorden…

Teunard van der Linden

Laatst aangepast ( zondag 01 januari 2012 18:07 )
 

Een ander licht op kerst?

Als ik dit schrijf mist het ongelooflijk. Geen hand voor ogen. Zo nu en dan duikt een auto- of fietslicht op. Bijna een mooie metafoor voor de komende kerst, bedenk ik me, nu ik dit stukje voor De Driehoek mag schrijven. Zullen we een licht zien opgaan over de mist in ons menselijk bestaan, mijmer ik.

Er zullen in ieder geval in de komende weken veel lichten ontstoken worden aan kerstbomen, voorgevels en takken. Eens kijken of dat inderdaad minder mist in onze hoofden zal opleveren. Zodat er wat licht komt in onze duisternis. Crisis alom toch, zou je zeggen. Niks om blij om te zijn. Laat dat licht maar komen, maar of het helpt?

Of herkent u zich niet in dat beeld. Ach nee, het zal toch vooral gezellig zijn, mensen komen juist rond het licht in deze tijd wat meer toe aan elkaar. Straks is het ook nog vakantie en wie weet is er dan eindelijk ook wat tijd voor verdieping. Heerlijk stilstaan bij het licht of misschien zelfs wel het Licht, ja, met een hoofdletter. In een adventslied klinkt het zo:

Nu, christen, wees aandachtig.
Zie of het Licht al daagt.
Het zal ons wijsheid leren waar ieder kind om vraagt,
in onze harten wekken kracht tot het juiste woord
en bergen onze angsten
Zie uit en zeg het voort!

U weet intussen vast wel dat dat kerstverhaal met sterren- en engelenlicht maar zeer beperkt in de bijbel voorkomt. Alleen Lucas ziet het licht bij de herders en Matteüs via de magiërs.

Bij de evangelist Marcus loopt Jezus al direct verlicht en zonder geboorteverhaal rond en in Johannes is er wel sprake van doorbraak van Licht, maar dan meer als een haast filosofisch begrip tegenover het Duister van de wereld en is Jezus allereerst het vleesgeworden Woord. Dat is wel degelijk een ander licht op kerst.

Toch blijven we het liefst dicht bij Lucas en Matteüs: wat een prachtige verhalen toch elk jaar weer. En dat zijn ze ook, ook al zijn ze misschien te bekend om ons nog echt te verwonderen en ontsnapt ons de werkelijke betekenis. Wellicht een goed idee om dan juist eens het begin van Marcus en Johannes te lezen. Daar komen we ‘lichte’ zinnen tegen, die verdieping bieden. “Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.” klinkt het in Marcus. En Johannes laat ons horen: “In het Woord was leven en het leven was licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.” Misschien kunnen juist die teksten werkelijk licht werpen op de komst van deze Jezus, in wie we later de Christus, de Messias zullen gaan herkennen. Voorbij aan alle kerstclichés en dwars door al die mist in ons hoofd. Hetzelfde adventslied zegt het in een volgend vers zo:

Nu, christen wees aandachtig.
Zie uit en zeg het voort:
Een nieuwe naam zal rijzen, zal rijzen op Gods Woord.
'Rechtvaardig' zal hij heten, die ons goed wonen doet.
Nu, christen, wees aandachtig.
Zie uit. Vat nieuwe moed.

U van harte goede Adventsweken en een lichte Kerst toegewenst!

Otto Sondorp

Laatst aangepast ( vrijdag 02 december 2011 07:47 )
 

Overdenking

De maan is opgekomen.
De aarde ligt in dromen.
De nacht is stil en klaar.
De donkre bossen zwijgen
en van de beemden stijgen
de nevels wit en wonderbaar.

De wereld die verstilde
en zich in schemer hulde,
wordt inniger vertrouwd
en houdt u zo geborgen,
dat gij verdriet en zorgen
van heel de dag vergeten zoudt.

Liedboek voor de Kerken gezang 391

Sommige mensen delen het leven in in seizoenen. De kindertijd zien zij als de lente van het bestaan, de volwassen-

heid als de zomer en de ouderdom als de herfst. Anderen gebruiken dagdelen om te omschrijven waar ze zich in hun leven bevinden. De morgen staat dan voor de tijd dat zij klein waren, de middag voor hun werkzame leven en de avond voor de ouderdom.

De dichter van gezang 391 verwoordt het vallen van de avond en ziet dit niet als iets angstigs of engs, maar als een moment waarop de wereld meer geborgenheid en vertrouwdheid uitstraalt. Doordat in de herfst de dagen korter worden en het soms mistig is en er in het lied sprake is van nevels, associeer ik het niet alleen met de avond, maar ook met de herfst, want vaak kunnen we dan de maan eerder zien. Het besef dat de zomer voorbij is en de bomen hun bladeren verliezen, kan weemoedig  maken, doordat het lijkt alsof er van alles verdwijnt. Daar is tegen in te brengen dat we in deze periode zoveel kunnen oogsten. Er zijn weer  verse appels, peren en noten en er groeien prachtige paddenstoelen.

Wat mij aanspreekt in het lied is, dat de nacht 'stil en klaar' wordt genoemd en

niet als bedreigend en zorgwekkend wordt gezien. Als de wereld zich in schemer hult, zie je minder van de omgeving en daardoor richt je aandacht zich op wat dichtbij is en besef je de waarde van wat je om je heen ziet. Ik vind dit een mooie gedachte. Velen zijn als kind bang geweest  voor het donker en zijn dat misschien nog steeds.

Zo zijn veel mensen ook bang voor de nacht van het einde van hun leven. Wie in de herfst van het leven is aangeland of aan de avond van zijn bestaan staat, kan vrezen voor wat gaat komen, voor de winter of de nacht.

Als de woorden van het lied betrekking hebben op ons leven, dan kunnen we er misschien uit opmaken dat er in de herfst van het bestaan een gevoel van geborgenheid en vertrouwdheid groeit, dat ons helpt het verdriet en de zorgen van de dag, het leven dat achter ons ligt, te vergeten en ons moed geeft om de nacht, die ons te wachten staat, aan te kunnen.

In het najaar worden we herinnerd aan de vergankelijkheid van het bestaan en mede daarom gedenken we in de maand november zowel in de kerk als in de verpleeg- en verzorgingshuizen  de overledenen. Hun namen noemen wij in het besef dat we niet 'uit ons bestaan vallen dan in Gods hand' (Ad den Besten).

Ditsy van Houwelingen

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:36 )
 

Vreze des Heren

Eindelijk zwaaiden de kerkdeuren aan de overkant van de straat open en kwamen er allemaal in somber zwart geklede Schiedammers te voorschijn. Mannen met hoge hoeden of petten in de hand, vrouwen die hun hoofden al die tijd al hadden gedekt zoals de apostel voorschrijft. De middagdienst zat erop. Toen zag mijn overgrootvader, die met zijn jongste kind al stond te wachten, ook zijn vrouw en al hun andere grotere kinderen. Zijn vrouw had haar hart verpand aan deze kerk. De dominee was een volgeling van Abraham

Kuyper, gereformeerd dolerend. Terwijl hij, mijn overgrootvader, samen met zijn broer het kerkje van de Protestantenbond in Schiedam had opgericht. Samen liepen ze, vrijzinnig gelovige man en orthodox gelovige vrouw, gezellig keuvelend naar huis. Alle kinderen uit dat gezin zouden later de gereformeerde leer gaan aanhangen, ook mijn eigen grootvader. Mijn overgrootvader bleef geestelijk zonder kinderen achter, tenminste, zo zag het er lange tijd naar uit.

Inmiddels zijn we meer dan een eeuw verder. Dat hele protestantisme dat met zijn strijd over rechtzinnigheid en vrijzinnigheid, rekkelijken en preciezen, liberaal gelovige regenten en streng gelovige arbeiders, kleur gaf aan dit land, is een

randverschijnsel in de Nederlandse samenleving geworden. De voorspellingen voor de toekomst? Het christendom dat overleeft is van de geest: charismatisch, eenvoudig en blij. Of het is streng orthodox, of het nu protestant of rooms-katholiek heet. Blijmoedigheid en rechtlijnigheid worden in de toekomst de kenmerken van christelijk geloof. Vrijzinnigheid is te vaag, pluriformiteit te weinig zeggend.

Dat brengt mij weer terug naar de tijd van mijn overgrootouders. Mijn overgrootmoeder verschilde van mijn overgrootvader in haar kijk op het bestaan. In haar ogen was een mens zo slecht dat alleen Gods genade hem kon redden. Haar man had wat meer fiducie in mensen en geloofde dat God wat gemoedelijker was en mensen nog zo kwaad niet zijn. Wie van hen heeft er nu gelijk gekregen? Mijn overgrootmoeder. Moderne gelovigen van de toekomst zullen even streng in de leer zijn als zij, alleen zullen ze dat wat blijmoediger uitdragen. Er is wel iets veranderd in een eeuw tijd. Een beetje mediatraining en denken in termen van marketing doen immers wonderen?

Maar ik zie mijn overgrootvader ook nog maar steeds aan de overkant van die straat staan wachten, rustig en stil, met het jongste kind onder zijn hoede. Ook hij geloofde in God, dankte voor zijn eten en nam op zondagmorgen deel aan een godsdienstoefening. Hij was geen scherpslijper, niet idolaat van een bepaalde dominee, wars van al dat gedoe over de zuivere leer en wilde liever een goed mens zijn dan dreigen met het oordeel van de Here God. Deze man kom ik, zijn achterkleinzoon, graag tegen in het hemelse Jeruzalem. En we zullen samen glimlachen om al dat gedoe van mensen die meenden meer van God te weten.

Maar ook met liefde kijken naar mensen als mijn overgrootmoeder, mijn grootouders en mijn eigen ouders die al hun kinderen bepaalden bij de vreze des Heren.

Aart Mak

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:36 )
 

Beth-El

De verhalen over aartsvader Jakob blijven verbazen. Hoe kan juist hij, dief en balling, drager worden van de zegen? Gods wegen zijn niet onze wegen. Misschien geloven wij wel bij de gratie van de verrassing. Verrast wordt Jakob in het vroegere Luz. Het grensplaatsje van het beloofde land. Jakob is er naar toe gevlucht, op zijn vlucht naar Haran. Daar was een deel van de familie blijven wonen. En van je familie moet je het hebben. Aldus is Jakob op weg. Met een hart vol angst en zorg, schuld en wroeging. Hoe kan hij Ezau en Izak nog onder ogen zien? Bovendien is hij moe. Hij neemt een steen als kussen en valt uitgeput in slaap.

Dan droomt hij. Over engelen. Op de zondagschool leerde ik, dat ze van boven naar beneden neerdaalden. Uit de hemel naar de aarde. Natuurlijk. Maar de Hebreeuwse tekst spreekt verrassend over 'up and down': engelen klimmen langs de ladder die Jakob ziet 'naar boven en naar beneden'. Kennelijk zijn er ook aardse engelen. Mensen die een engelendienst bewijzen, door geduldig te waken over elkaar, als mantelzorger, moeder, leraar, enzovoorts…

Een tweede verrassing is dat de tekst allerminst zeker is over de plaats waar God Zelf zich bevindt in Jakobs droom. Een aantal teksten houdt het op 'en boven aan de ladder stond Adonai'. Sommigen vinden dat de beste plek voor God: hoog in de hemel, onwrikbaar verheven. Noem het een metafysisch godsbesef. Er zijn echter ook handschriften, zoals een oude Engelse versie, die spreken van Gods aanwezigheid 'naast bij' Jakob. God niet als de Verhevene, maar als de Nabije. Noem het een immanent godsbesef: de Ene die met ons is, zoals met Jakob, als Vriend. 

Hoe dit ook zij, Jakob roept het uit van verbazing en verrukking als hij ontwaakt: 'de Heer is aan deze plaats, en ik wist het niet!' Om aan zijn ervaring vast te houden (anderen branden een kaars, zetten bepaalde muziek op, of 'gedenken' op andere wijze), neemt Jakob de steen die onder zijn hoofd lag, giet er olie over uit en noemt die plaats Beth-El: 'huis van God'. 'Dit is niet anders dan de poort van de hemel', gonst er door zijn gedachten. Onverwachts wordt hij zo in Beth-El gezegend. Op de grens van het beloofde land. Met een toekomst vol onzekerheid in het verschiet.

Hij zal later nog een aantal keer in Beth-El terugkeren. Het wordt tot een plaats in zijn leven. Op de grens van Israël. Wezen van de zegen is, dat zij geen bezit is. De zegen wil doorgegeven worden. De locatie van Beth-El herinnert aan de volken, aan wie de God van Israël zich de Nabije zal tonen. En wij? Wij mogen bloemen op ons pad en engelen op onze wegen vinden, zoals de dichter van Psalm 91 zegt. De droom over God die met ons zijn zal, is nog lang niet uitgedroomd...

Teunard van der Linden

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:36 )
 

Zomer

Het kan u niet ontgaan zijn. Het is zomer. We bekijken het leven van de zonnige kant. Vergeten zijn witte wintertaferelen, herfststormen, droge lente. Het is een tijd van zon, vakantie, even minder druk zijn. Het kan ook een periode van leegte betekenen als mensen wat minder om je heen zijn, omdat ze tijdelijk gevlogen zijn.

Het is een tijd van rijping, van de vruchten plukken. Wij beleven dat alleen zo in onze tuinen, maar in de supermarkt kan je het hele jaar de wereldzomeroogst binnenhalen.

Kan de zomer ook een moment zijn van geestelijke rijkdom?

In bijbelse geschriften duikt het woord ‘zomer’ ook op als het gaat om de oogst. Geen wonder, de bijbel heeft een agrarische context. Spreuken 20:4 gaat als volgt: “Een luiaard ploegt niet in de herfst, en vraagt zich in de zomer af waarom hij niet kan oogsten.” De zomer is in de bijbel ook een tijd van hitte (zie Job 6:17).

In het tweede testament komt het woord ‘zomer’ alleen maar in een gelijkenis voor. Die van de vijgenboom. Je bewust worden van de toekomst, van de laatste dingen, het eschaton, het komende koninkrijk. In die parabel krijgt zomer zo een extra dimensie. We horen het terug in drie evangeliën (Matteüs, Marcus en Lucas). “Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is” (Marcus 13:28). Dat ‘einde’ mag in dit geval positief geduid worden, anders dan we vandaag in onze taal zouden vermoeden.

In de literatuur van gezangen en andere kerkelijke liedjes van zomers verlangen is vooral die laatste notie te vinden. U kent ongetwijfeld ‘Eens komt de grote zomer’ (liedboek gezang 288). Hans Mudde dicht, ongetwijfeld naar dit evangelie, in een ander lied, buiten wat wij doorgaans zingen in de kerk:

Wanneer weer de boom der vijgen

zacht gezien wordt in zijn hout

en in bladeren en twijgen

weer zijn groeikracht wordt aanschouwd,

zo is dat voor ons een teken:

zie, de zomer is nabij.

En zo weten wij het zeker:

eens verschijnt Gods heerschappij.

En wat dacht u van dit gelovige gezang?

De zomer is gekomen,

het leven staat gesierd,

het hoogtij onzer dromen

wordt eindelijk gevierd.

Al wat in knop geloken

de lieve lente lang

gerijpt heeft bloeit nu open,

voor wind noch winter bang.

Als je die drie liederen met elkaar vergelijkt, zie je in een notendop hoe mensen kunnen weglopen met een bijbelverhaal, net zoals wij de zomer allemaal weer anders beleven. Spannend die zomer, spannend boek, die bijbel. Nu nog zorgen dat we daar ergens op een lui terrasje over in gesprek komen of dat we samen wat gaan zingen. Dat mogen dan liedjes van verlangen zijn. Dan maar hopen dat we elkaar ook nog begrijpen. Gelukkig is het Pinksteren geweest. Een mooie zomer gewenst!

Otto Sondorp

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:35 )
 

Overdenking

De Heer is onze reisgenoot,
Hij die ons zijn gezelschap bood
en sprekend over kruis en graf
geduldig tekst en uitleg gaf.

Zo valt een lange weg ons licht,
de Schrift opent een vergezicht
en brengt verdwaalden dicht bij huis,
verloren zonen komen thuis.

De avond daalt, blijf bij ons Heer!
Hij zet zich aan de tafel neer
en breekt het brood en schenkt de wijn,
die gast, het moet de Gastheer zijn!

Wij keren naar Jeruzalem,
ons brandend hart verneemt zijn stem,
Hij deelt met ons het daaglijks brood,
de Heer is onze reisgenoot.

Liedboek voor de kerken, gezang 73

Jaap Zijlstra dichtte dit lied over de Emmaüsgangers. Het is één van mijn lievelingsverhalen uit de Bijbel. Twee mannen zijn verdrietig en teleurgesteld, doordat alles heel anders gegaan is dan ze hadden gedacht en gehoopt. Door het sterven van Jezus lijkt de toekomst afgesloten en daarom keren ze terug naar wat hen met vroeger verbindt en zijn ze op reis naar hun eigen dorp. Zo gaat dat– denk ik – vaak met mensen die verdriet hebben. Voor hun gevoel is de toekomst zinloos geworden en daarom wenden ze zich naar het verleden. Vaak lijkt het alsof voor iedereen het leven gewoon verder gaat, maar voor degene die iemand verloren heeft, ligt dat heel anders en dat maakt eenzaam. 'Niet het scheiden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn' is niet voor niets een vaak geciteerde dichtregel van Vasalis. 

Wanneer er zich een reisgenoot bij hen voegt, die aandachtig luistert en begrip toont, is dat voor de mannen op weg naar Emmaüs een verademing. Wie merkt dat er echt naar hem of haar geluisterd wordt, voelt zich gekend en dat geeft kracht.
De mannen luisteren ademloos naar wat de vreemdeling hen uitlegt en eenmaal bij hun huis aangekomen vragen ze hem mee naar binnen, want 'het is avond en de nacht zal komen'. Ze nodigen hun reisgenoot aan tafel en bij het breken van het brood, worden hun ogen geopend.

Ze waren ziende blind geweest en horende doof. Opeens weten ze dat Jezus in hun midden is, dat hun leven zin heeft en dat er voor hen een toekomst is. Ze beseffen dat ondanks alles wat er gebeurd is, Jezus hun reisgenoot is en blijft en dat ze opgewekt naar Jeruzalem kunnen gaan. Okke Jager zegt over de Emmaüsgangers dat ze twee keer wakker worden. Ze hebben 's morgens hun ogen geopend, maar waren misschien liever blijven slapen, doordat de werkelijkheid te leeg en te zwart was om onder ogen te zien. Omdat Jezus met hen meeloopt en het brood breekt, wordt niet opeens alles anders, maar zien ze alles anders. Hun leven komt in een ander licht te staan, in het licht van Christus. Met Pinksteren vieren we de uitstorting van de Heilige Geest en ik denk eigenlijk dat wij daardoor Emmaüsgangers worden of beter gezegd Jeruzalemgangers, want ook wij worden opgewekt om te leven.

Ditsy van Houwelingen

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:35 )
 

Hoe goed moet een mens zijn?

Samuel Johnson was een achttiendeeeuwse Britse schrijver, dichter en criticus. In zijn tijd was hij één van de belangrijkste figuren van intellectueel en literair Londen. Hij was een harde werker maar klaagde voortdurend over zijn luiheid. Hij was een sociaal bewogen mens en ging tegelijk zwaar gebukt onder een schuldgevoel. Zijn huishouding was chaotisch. Allerlei mensen die door het leven beschadigd waren, vonden bij hem onderdak. Ook dieren, want Johnson was een grote dierenvriend. Toen zijn moeder stierf, schreef hij in een week tijd een roman om de kosten van haar begrafenis te kunnen betalen. Het frappante is nu dat die roman gaat over een zekere prins Rasselas van Abessinië (het huidige Ethiopië). Als kroonprins zit deze Rasselas opgesloten in een vallei waarin het hem aan niets ontbreekt. Een paradijs is het, zonder enig lek of gebrek. En dat is zijn probleem. Als hij ergens gebrek aan zou hebben, zou hij tenminste iets te willen hebben. Maar nu verveelt hij zich eindeloos. Elke dag lijkt op de vorige dag. Tot iemand hem uitdaagt de wereld buiten de vallei te gaan bekijken. Dat doet hij. Het zien van de ellende daar doet hem beseffen wat geluk is. "

Hoe goed moet een mens dus zijn om gelukkig te worden? Goede meester", zei iemand eens tegen Jezus. Het antwoord van Jezus is kort. "Wat noem je mij goed? Niemand is goed, behalve God." Dus wordt de vraag van de man des te prangender: "Hoe kan iemand die niet goed is (ik dus) toch deel krijgen aan het eeuwige leven?" (Markus 10: 17). Om die vraag gaat het, in allerlei toonaarden gesteld. Ben ik goed, mooi, interessant, geleerd, spontaan en gezellig genoeg om van te houden? Sommigen kunnen koketteren met hun vermeende tekortkomingen en houden de eer aan zichzelf. Anderen leggen het oordeel juist in handen van anderen en verschrompelen als er iemand één misprijzend woord zegt. Hoe goed moet een mens eigenlijk zijn? Door ongeveer alles te doen zoals Samuel Johnson deed maar toch nooit gelukkig te zijn?

Als je even stilzit en nadenkt, kun je kijken naar je zelf geschapen perpetuum mobile. Je doet goed. Je schiet tekort. Je voelt schuld. Je doet weer goed om dat schuldgevoel te dempen. Je schiet weer tekort. En draaien maar. Altijd prijs! Gek eigenlijk. Van de geleerde kunnen we goed hebben dat hij verstrooid is. Van de topsporter ook dat hij het podium net niet haalt. Van je eigen moeder kun je prima velen dat ze wel eens vraagt naar de bekende weg. Waarom dan niet tegen jezelf met een glimlach gezegd: foutje maar goed genoeg? Zit dat ingebakken?

Is dat de aard van het beest dat mens heet? Wellicht! Misschien dat veel mensen zoals Samuel Johnson en de rijke jongeman uit het Evangelie zich niet kunnen voorstellen dat Degene die Volmaakte Goedheid is, het met minder van anderen wil doen. Maar daar zit hem nou net de oplossing van het raadsel van de mens die zo zijn best doet om goed te zijn en hoe dat maar zo zelden leidt tot een gevoel van geluk.

Aart Mak


Verlichte meester

Een jonge leerling vroeg hem wat hij voelde
toen eindelijk het licht hem overspoelde

en hij bereikt had, waar hij heel zijn leven
zijn ziel en zaligheid voor had gegeven.

Hij zei: "Ik voelde mij nog nooit zo'n ezel,
omdat ik als een ijverige kwezel

een ladder had beklommen naar het raam,
en toen de deur ineens zag openstaan."

Hein Stufkens in 'Een woord in de wind, verzamelde gedichten', Deventer 2007

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:35 )
 

De haan kraait dat de dag begint (Gezang 371)

Veel kerktorens in ons land zijn getooid met een drievoudige spits: een haan, een kruis en een bol. De symboliek hiervan laat zich raden: op aarde staat het kruis opgericht, waarvan de haan in alle windstreken de werkelijke betekenis uitroept.

Aan het winkelende publiek en de bewoners van het rusthuis. Aan de voorbijsnellende motorrijder en de eerste toeristen die zich op het terras wagen.

Minder eenduidig is, waarom juist voor de haan de rol van 'heraut van het leven' is weggelegd. Associëren wij de haan niet eerder met de lijdensgeschiedenis?  Bij de verloochening van Petrus kraait een haan. Desondanks is Petrus haantje de voorste gebleven en is boven menig calvinistisch godshuis misschien wel een rooms vleugje blijven hangen.

Laten we nog even teruggaan naar het evangelie. Daarin is de joodse dagindeling van belang. Jezus' opstanding had plaats zeer vroeg in de morgen, 'bij het hanengekraai'. 'Tegen het aanbreken van de eerste dag der week' gaan de vrouwen op weg naar het graf, waar zij de Levende vergeefs onder de doden zoeken. Het lied van Prudentius zingt:

Ja, dit is onze zekerheid, dat Christus deze stille tijd
bij 't luide kraaien van de haan uit 't rijk des doods is opgestaan.

Het verband tussen de opstanding en het hanengekraai wordt hier helder gelegd:

'De haan kraait dat de dag begint, het licht het duister overwint'/ 'Ons die het diepe duister dekt … ons wekt hij op om op te staan: Ontwaak, ontwaak, de dag breekt aan!'

In de latere iconografische ontwikkeling symboliseert de haan ook Christus zelf, in wie de nieuwe dag van Gods rijk is aangebroken.

Bij de opstanding gaat Hijzelf als de dageraad op over de wereld als 'Zonne der gerechtigheid'. Hij is het licht der wereld. De haan daarboven roept, al dan niet verguld, in alle windstreken Gods genade uit over al wat leeft en spoort ons aan nu ook te wandelen in het licht.

Pasen is het feest van de gemeente en het feest van de wereld, die voorgoed gekend wordt in de liefde van God als haar dragende grond.

Wie wil geen paasganger zijn?

Teunard van der Linden

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:34 )
 
Meer artikelen...