Het duurt even om de symbooltaal van het pinksterverhaal tot je te laten doordringen. Er is sprake van wind en vuur, van buiten zinnen zijn en spreken in tongen. De neiging om dat letterlijk en historisch te lezen, zit er nog steeds in. Maar het verhaal is aanduiding van een werkelijkheid die ook bestaat, de symbolische.
Het pinksterverhaal hanteert als zoveel bijbelverhalen de taal van de droom, de mythe en het gedicht. Ook dit verhaal gaat over wat een mens in verwondering waarneemt als bestaand, maar waarvoor hij geen woorden heeft, althans niet de woorden waarmee je de dagelijkse, zintuiglijk waarneembare werkelijkheid gewend bent te beschrijven.
Dat maakt het er overigens allemaal niet gemakkelijker op. Want het christelijk geloof is al heel lang aan inflatie onderhevig. De meerderheid van het ooit zo kerkelijke Nederlandse volk doet hooguit op wielen (de kinderwagen, de trouwkoets en de lijkauto) de kerk nog aan. Het geloof van de moderne westerling bestaat daaruit dat er iets moet zijn, dat er meer is tussen hemel en aarde en dat het Leger des Heils toch wel erg goed werk doet. En gesteld dat je gehoor zou vinden voor de verhalen over het volk in de woestijn en voor alle gebeurtenissen rond Jezus (The Passion), dan nog zou je gevaar lopen te blijven steken op het zelfde niveau als de feiten rond de slag bij Waterloo. Dan gaat het over de vaderlandse geschiedenis van Israël en over de wonderverhalen van Jezus. Leuk misschien maar onbegrijpelijk ver weg en even wezenloos als verhalen over de kroning van Karel de Grote of Napoleon. Ik bedoel maar: dat waar godsdienst over gaat, is niet van deze wereld.
Dingen weten is nog niet dingen ervaren. Dus wat moet je met Pinksteren, behalve genieten van een extra vrije maandag?
Pinksteren gaat over een werkelijkheid die zich alleen in symbolen en beeldtaal laat uitdrukken. In een verhaal over mensen die angstig bijeenzaten, afgesloten van de wereld, wordt uitgedrukt dat diezelfde mensen, mits bezield, tot overwinning van angst en afgeslotenheid in staat zijn. Het klinkt saai zoals ik het weergeef. Omdat ik begrippen hanteer. Een verhaal is beter. Een verhaal over een gesloten huis dat uitvalsbasis wordt om de wereld te begeesteren. Het ‘project mens’ krijgt in de eerste eeuw van onze jaartelling een nieuwe impuls. Dat we inmiddels veel van die oorspronkelijke bezieling zijn kwijtgeraakt, moge duidelijk zijn. Het visserslatijn werd kerklatijn. Charisma werd ambt. Ingeving werd dogma. Maar, ook dat is Pinksteren, bezieling blijft mogelijk. Als we maar niet braaf nazeggen wat geschreven staat. Godsdienst in deze tijd is mijns inziens buiten de geijkte kerktaal om verbeelden wat ons te boven gaat en toch wezenlijk is. Stem geven aan het mysterie, ruimte maken voor verhalen (denk aan het medium film) waarin onze diepste verlangens, drijfveren en weerstanden vorm krijgen.
Het verstand dat alles bevat bestaat niet. Wij zijn allen een glasscherf in een mozaïek waarvan niemand het geheel kan overzien. Hooguit vermoedt iemand bij vlagen de grootsheid en kleurenpracht van dit alles. Maar daar zijn weer geen woorden voor. Enkel beelden, klanken, dromen. Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen.
Aart Mak


