Net na Kerst verschenen ze al weer in de schappen. De paaseitjes. Lekker, ook leuk voor de kleinkinderen. Die kleurige ovaaltjes staan ook zo mooi in een schaaltje op tafel. Het hoort bij deze tijd.
We hebben inmiddels, misschien als equivalent van de kerstboom paastakken in huis, gele knopjes die ontluiken in de lente. Nieuw leven. En de ‘Passies’ bevolken onze concertzalen en oude kerken. U hebt er vast al wel een bijgewoond of misschien zelfs meegezongen in een ‘scratch- Mattheus’. Kuikentjes en gele bloemen in de etalage. Straks weer een vrije dag op die liturgisch gezien merkwaardige tweede paasdag en er op uit, maar eerst eieren schilderen en in de tuin zoeken. Het is duidelijk. Het wordt gewóón weer pasen. Pasen is dus gewoon. Zoals ieder jaar. Een baken in de tijd, een ankerpunt van rust.
Dit feest, evenals Kerstmis een merkwaardige mengeling van oerheidense elementen en christelijke beschavingsgeschiedenis. Minder uitbundig gevierd dan het decemberfeest, maar toch: het is Pasen. Gewoon, weer pasen. Daar houdt het voor de meeste mensen dan ook wel mee op.
In de kerk gaan we naar de kerk. We hebben sinds Aswoensdag op de rem gestaan, stil gestaan bij de kwetsbaarheid van het leven, ons afgevraagd wat we eigenlijk aan het doen zijn, ons bezonnen over wat belangrijk is. Als het goed is. Misschien hebben we wel gevast, aan den lijve ervaren hoe het is dat niet alles vanzelfsprekend, gewoon is. En ja, het wordt weer gewoon pasen, ook in de kerk. Palmpasen met de kinderen en dan eerst de Stille Week, waar we de gang van Jezus meemaken tot en met het onvermijdelijke. We weten het. Het is gewoon zo, zo doen we het al eeuwen. Tot aan het hoogtepunt in de Paasnacht als het licht bij het eerste ochtendgloren is doorgedrongen in deze wereld, weten we: het wordt Pasen. Of we wisten het eigenlijk al. Net als elk jaar, gewoon Pasen. Gewoon, een gewoon feest. Zo vaak meegemaakt, je weet wat er gaat gebeuren. Het is er ieder jaar weer, ook al staat Pasen niet zo vast in de kalender als kerst.
Melito van Sardes zegt eind 2e eeuw aan het begin van de oudst bekende paaspreek: “De Schrift van de Hebreeuwse exodus is voorgelezen en de woorden van het geheimenis gaan uitgelegd worden: hoe het schaap is geslacht en hoe het volk is gered”. Woorden van het geheimenis. Dat is niet gewoon. Integendeel. Het schaap geslacht en het volk is gered. Het reddingsverhaal van Israël verbonden aan wat in de Goede Week gebeurt en wat in de Paasnacht volop tot uitdrukking komt. Ik blijf even leunen op dat woord geheimenis. Dat staat linea recta tegenover ‘gewoon’. Tegenover alles wat we als vanzelfsprekend verwachten, tegenover de gewone gang van zaken. Het vraagt om verwondering, om kijken en luisteren achter de dingen. Om je te laten verrassen, je te laten overrompelen door dit verhaal van het diepe geheim. Het onbegrijpelijke kan ook nooit gewoon worden, want als het gewoon wordt, dan kondigt de dood zich opnieuw aan, terwijl dit geheimenis nu juist leven wil onthullen. Echt leven, openstaan voor anderen, met wie je er samen in kunt delen en voor wat de hemel aan geheimenis kan onthullen.
In de Oude Kerk was er geen sprake van Kerstmis. Pasen was waar het allemaal mee begonnen is, de redding van het volk, van mensen toen, van mensen nu. De kern waar het allemaal om draait. Zonder Pasen geen kerk. Zonder Pasen is er de dood in de pot. Is er nooit die wonderlijke daad van redding geweest door de Gezalfde, de Messias, de Christus. Ik hoop van harte dat Pasen ons zo kan verrassen, ons vervult van blijdschap, zodat we nooit meer iets gewoon vinden en zeker Pasen niet.
Otto Sondorp


