Protestantse Kerk Bloemendaal-Overveen

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Protestantse Gemeente te Bloemendaal en Overveen

ContactSite mapHelp
Home Columns en preken Otto Sondorp

Gewoon Pasen?!

Net na Kerst verschenen ze al weer in de schappen. De paaseitjes. Lekker, ook leuk voor de klein­kinderen. Die kleurige ovaaltjes staan ook zo mooi in een schaaltje op tafel. Het hoort bij deze tijd.

We hebben inmiddels, misschien als equivalent van de kerstboom paastakken in huis, gele knopjes die ontluiken in de lente. Nieuw leven. En de ‘Passies’ bevolken onze concertzalen en oude kerken. U hebt er vast al wel een bijgewoond of misschien zelfs meegezongen in een ‘scratch- Mattheus’. Kuikentjes en gele bloemen in de etalage. Straks weer een vrije dag op die liturgisch gezien merkwaardige tweede paasdag en er op uit, maar eerst eieren schilderen en in de tuin zoeken. Het is duidelijk. Het wordt gewóón weer pasen. Pasen is dus gewoon. Zoals ieder jaar. Een baken in de tijd, een ankerpunt van rust.

Dit feest, evenals Kerstmis een merkwaardige mengeling van oerheidense elementen en christelijke beschavingsgeschiedenis. Minder uitbundig gevierd dan het decemberfeest, maar toch: het is Pasen. Gewoon, weer pasen. Daar houdt het voor de meeste mensen dan ook wel mee op.

In de kerk gaan we naar de kerk. We hebben sinds Aswoensdag op de rem gestaan, stil gestaan bij de kwetsbaarheid van het leven, ons afgevraagd wat we eigenlijk aan het doen zijn, ons bezonnen over wat belangrijk is. Als het goed is. Misschien hebben we wel gevast, aan den lijve ervaren hoe het is dat niet alles vanzelfsprekend, gewoon is. En ja, het wordt weer gewoon pasen, ook in de kerk. Palmpasen met de kinderen en dan eerst de Stille Week, waar we de gang van Jezus meemaken tot en met het onvermijdelijke. We weten het. Het is gewoon zo, zo doen we het al eeuwen. Tot aan het hoogtepunt in de Paasnacht als het licht bij het eerste ochtendgloren is doorgedrongen in deze wereld, weten we: het wordt Pasen. Of we wisten het eigenlijk al. Net als elk jaar, gewoon Pasen. Gewoon, een gewoon feest. Zo vaak meegemaakt, je weet wat er gaat gebeuren. Het is er ieder jaar weer, ook al staat Pasen niet zo vast in de kalender als kerst.

Melito van Sardes zegt eind 2e eeuw aan het begin van de oudst bekende paaspreek: “De Schrift van de Hebreeuwse exodus is voorgelezen en de woorden van het geheimenis gaan uitgelegd worden: hoe het schaap is geslacht en hoe het volk is gered”. Woorden van het geheimenis. Dat is niet gewoon. Integendeel. Het schaap geslacht en het volk is gered. Het reddingsverhaal van Israël verbonden aan wat in de Goede Week gebeurt en wat in de Paasnacht volop tot uitdrukking komt. Ik blijf even leunen op dat woord geheimenis. Dat staat linea recta tegenover ‘gewoon’. Tegenover alles wat we als vanzelfsprekend verwachten, tegenover de gewone gang van zaken. Het vraagt om verwondering, om kijken en luisteren achter de dingen. Om je te laten verrassen, je te laten overrompelen door dit verhaal van het diepe geheim. Het onbegrijpelijke kan ook nooit gewoon worden, want als het gewoon wordt, dan kondigt de dood zich opnieuw aan, terwijl dit geheimenis nu juist leven wil onthullen. Echt leven, openstaan voor anderen, met wie je er samen in kunt delen en voor wat de hemel aan geheimenis kan onthullen.

In de Oude Kerk was er geen sprake van Kerstmis. Pasen was waar het allemaal mee begonnen is, de redding van het volk, van mensen toen, van mensen nu. De kern waar het allemaal om draait. Zonder Pasen geen kerk. Zonder Pasen is er de dood in de pot. Is er nooit die wonderlijke daad van redding geweest door de Gezalfde, de Messias, de Christus. Ik hoop van harte dat Pasen ons zo kan verrassen, ons vervult van blijdschap, zodat we nooit meer iets gewoon vinden en zeker Pasen niet.

Otto Sondorp

Laatst aangepast ( vrijdag 30 maart 2012 08:29 )
 

Een ander licht op kerst?

Als ik dit schrijf mist het ongelooflijk. Geen hand voor ogen. Zo nu en dan duikt een auto- of fietslicht op. Bijna een mooie metafoor voor de komende kerst, bedenk ik me, nu ik dit stukje voor De Driehoek mag schrijven. Zullen we een licht zien opgaan over de mist in ons menselijk bestaan, mijmer ik.

Er zullen in ieder geval in de komende weken veel lichten ontstoken worden aan kerstbomen, voorgevels en takken. Eens kijken of dat inderdaad minder mist in onze hoofden zal opleveren. Zodat er wat licht komt in onze duisternis. Crisis alom toch, zou je zeggen. Niks om blij om te zijn. Laat dat licht maar komen, maar of het helpt?

Of herkent u zich niet in dat beeld. Ach nee, het zal toch vooral gezellig zijn, mensen komen juist rond het licht in deze tijd wat meer toe aan elkaar. Straks is het ook nog vakantie en wie weet is er dan eindelijk ook wat tijd voor verdieping. Heerlijk stilstaan bij het licht of misschien zelfs wel het Licht, ja, met een hoofdletter. In een adventslied klinkt het zo:

Nu, christen, wees aandachtig.
Zie of het Licht al daagt.
Het zal ons wijsheid leren waar ieder kind om vraagt,
in onze harten wekken kracht tot het juiste woord
en bergen onze angsten
Zie uit en zeg het voort!

U weet intussen vast wel dat dat kerstverhaal met sterren- en engelenlicht maar zeer beperkt in de bijbel voorkomt. Alleen Lucas ziet het licht bij de herders en Matteüs via de magiërs.

Bij de evangelist Marcus loopt Jezus al direct verlicht en zonder geboorteverhaal rond en in Johannes is er wel sprake van doorbraak van Licht, maar dan meer als een haast filosofisch begrip tegenover het Duister van de wereld en is Jezus allereerst het vleesgeworden Woord. Dat is wel degelijk een ander licht op kerst.

Toch blijven we het liefst dicht bij Lucas en Matteüs: wat een prachtige verhalen toch elk jaar weer. En dat zijn ze ook, ook al zijn ze misschien te bekend om ons nog echt te verwonderen en ontsnapt ons de werkelijke betekenis. Wellicht een goed idee om dan juist eens het begin van Marcus en Johannes te lezen. Daar komen we ‘lichte’ zinnen tegen, die verdieping bieden. “Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.” klinkt het in Marcus. En Johannes laat ons horen: “In het Woord was leven en het leven was licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.” Misschien kunnen juist die teksten werkelijk licht werpen op de komst van deze Jezus, in wie we later de Christus, de Messias zullen gaan herkennen. Voorbij aan alle kerstclichés en dwars door al die mist in ons hoofd. Hetzelfde adventslied zegt het in een volgend vers zo:

Nu, christen wees aandachtig.
Zie uit en zeg het voort:
Een nieuwe naam zal rijzen, zal rijzen op Gods Woord.
'Rechtvaardig' zal hij heten, die ons goed wonen doet.
Nu, christen, wees aandachtig.
Zie uit. Vat nieuwe moed.

U van harte goede Adventsweken en een lichte Kerst toegewenst!

Otto Sondorp

Laatst aangepast ( vrijdag 02 december 2011 07:47 )
 

Zomer

Het kan u niet ontgaan zijn. Het is zomer. We bekijken het leven van de zonnige kant. Vergeten zijn witte wintertaferelen, herfststormen, droge lente. Het is een tijd van zon, vakantie, even minder druk zijn. Het kan ook een periode van leegte betekenen als mensen wat minder om je heen zijn, omdat ze tijdelijk gevlogen zijn.

Het is een tijd van rijping, van de vruchten plukken. Wij beleven dat alleen zo in onze tuinen, maar in de supermarkt kan je het hele jaar de wereldzomeroogst binnenhalen.

Kan de zomer ook een moment zijn van geestelijke rijkdom?

In bijbelse geschriften duikt het woord ‘zomer’ ook op als het gaat om de oogst. Geen wonder, de bijbel heeft een agrarische context. Spreuken 20:4 gaat als volgt: “Een luiaard ploegt niet in de herfst, en vraagt zich in de zomer af waarom hij niet kan oogsten.” De zomer is in de bijbel ook een tijd van hitte (zie Job 6:17).

In het tweede testament komt het woord ‘zomer’ alleen maar in een gelijkenis voor. Die van de vijgenboom. Je bewust worden van de toekomst, van de laatste dingen, het eschaton, het komende koninkrijk. In die parabel krijgt zomer zo een extra dimensie. We horen het terug in drie evangeliën (Matteüs, Marcus en Lucas). “Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is” (Marcus 13:28). Dat ‘einde’ mag in dit geval positief geduid worden, anders dan we vandaag in onze taal zouden vermoeden.

In de literatuur van gezangen en andere kerkelijke liedjes van zomers verlangen is vooral die laatste notie te vinden. U kent ongetwijfeld ‘Eens komt de grote zomer’ (liedboek gezang 288). Hans Mudde dicht, ongetwijfeld naar dit evangelie, in een ander lied, buiten wat wij doorgaans zingen in de kerk:

Wanneer weer de boom der vijgen

zacht gezien wordt in zijn hout

en in bladeren en twijgen

weer zijn groeikracht wordt aanschouwd,

zo is dat voor ons een teken:

zie, de zomer is nabij.

En zo weten wij het zeker:

eens verschijnt Gods heerschappij.

En wat dacht u van dit gelovige gezang?

De zomer is gekomen,

het leven staat gesierd,

het hoogtij onzer dromen

wordt eindelijk gevierd.

Al wat in knop geloken

de lieve lente lang

gerijpt heeft bloeit nu open,

voor wind noch winter bang.

Als je die drie liederen met elkaar vergelijkt, zie je in een notendop hoe mensen kunnen weglopen met een bijbelverhaal, net zoals wij de zomer allemaal weer anders beleven. Spannend die zomer, spannend boek, die bijbel. Nu nog zorgen dat we daar ergens op een lui terrasje over in gesprek komen of dat we samen wat gaan zingen. Dat mogen dan liedjes van verlangen zijn. Dan maar hopen dat we elkaar ook nog begrijpen. Gelukkig is het Pinksteren geweest. Een mooie zomer gewenst!

Otto Sondorp

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:35 )
 

Vervreemding

Neem iemand van een jaar of 16, iPad op schoot met Facebook, televisie aan, muziek in de oren. Intussen komt een sms binnen op de mobiele telefoon, waarmee terloops tussen getwitter door een blik wordt geworpen op internet, onder het snel wegwerken van een mailtje. Alleen al de aanblik daarvan doet menig ouder(e) verstijven, laat staan dat er enig begrip voor is.

Mogelijk bent u als lezer overigens nu ook al lang afgehaakt in dit woud van eigentijdse termen. U had immers net een boek (nee, geen e-book) gehaald van de bibliotheek om u daarmee lekker in een hoekje te nestelen, met een bescheiden muziekje op de achtergrond.

Het lijkt er wel op alsof dit twee totaal verschillende werelden zijn, twee werkelijkheden ook, op een ander moment in de tijd. Voor wat dan kan optreden hebben we een mooi woord in de Nederlandse taal: vervreemding. Natuurlijk blijven mensen in die verschillende werelden vooralsnog in aanleg dezelfde, zoals de vele breinboeken die de laatste tijd veelvuldig verschijnen, allemaal beweren. Ze zeggen ook dat wat we doen voor ongeveer 95% onbewust tot stand komt. Niks vrije wil, of toch? Dagblad Trouw was er vol van. Hadden de oude reformatoren dat toen al door, ook al was de kwestie toen vooral een theologische en geen neurologische?

Intussen merken we dat we in toenemende mate leven in diverse werelden, die soms van elkaar vervreemd kunnen raken, ook al zijn we hetzelfde beestje. In de samenleving maar ook in de kerk merk je dat toch ook nogal eens. Zeker als je net een fusie achter de rug hebt, waar diverse werkelijkheden en leefwerelden bij elkaar zijn gekomen. Dan zie je communicatie ook nog wel eens mislukken, omdat er niet echt een brug geslagen kan worden naar een andere wereld, een andere beleving, een andere werkelijkheid. Praten helpt niet altijd, ook al kan het uiteraard wel een begin van begrip zijn. Het lijkt beter gewoon met elkaar op te trekken en samen van alles te ondernemen.

Zo proberen we elkaar over grenzen heen toch te begrijpen, hoewel we intussen toch vaak blijven redeneren en voelen vanuit de eigen wereld, die ooit zo vertrouwd was. Geen wonder dat als dingen anders gaan dan je gewend was, je alsnog probeert de dingen zo te regelen dat het weer lijkt op wat vroeger was. Dat kan echter wel weer leiden tot een Babylonische spraakverwarring en het akelige gevoel dat je echt haast vreemden voor elkaar bent en dan heb ik het nog niet eens over het verschil tussen jong en oud. Terwijl je nota bene deel uit maakt van een heilige, katholieke en apostolische kerk!

Wat ik in dit verband frappant vind is het verschijnsel dat er in bijna iedere (kerkelijke) gemeenschap meerdere overlegwerelden lijken te bestaan. Naast het officiële circuit is er steeds ook een informeel contact over belangrijke zaken. Een voorbeeld: als een vergadering is afgelopen komt het niet zelden voor dat we dan pas tegen onze vertrouwelingen zeggen wat we er echt van dachten. Hetgeen ongetwijfeld bij andere vergadergenoten weer tot meer vervreemding kan leiden…

Leven in verschillende werelden. Hoe houden we dat uit? Hoe komt er echt begrip tot stand, in het groot en in het klein, in de kerk en in de samenleving? Juist als we ons soms zo van elkaar vervreemd voelen.

Wat een geschenk dat er dan ook die andere werkelijkheid is, die ons echt samenbrengt: de gemeente van Christus. Daar kunnen we in Hem ervaren dat scheidslijnen die 'de wereld' in ons heeft aangebracht zijn weggevallen, als we bij de Grote Maaltijd van het delen merken dat vervreemding opgeheven wordt tussen onszelf, de Ander en de ander.

Otto Sondorp

Laatst aangepast ( zondag 27 november 2011 21:34 )