Blijf niet staren op wat vroeger was.
Sta niet stil in het verleden.
Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen -
het is al begonnen, merk je het niet?
(Huub Oosterhuis, bij Jesaja 49:18-19)
Bij het woord 'staren' moet ik altijd denken aan een vis die wij hadden. Ik zal hem gekocht hebben vanwege zijn bijzondere naam, met theologische potentie: hemelkijkertje. Het beest, dat overigens geen lang leven beschoren was door een overijverige huisgenoot die meende met een beetje chloor het beste resultaat te behalen, had opvallende ogen. Hetgeen te verwachten is bij zo'n naam. Het beest keek niet recht voor zich uit, maar omhoog. Wie in de kom keek, had meteen oogcontact. In mijn herinnering botste hij geregeld tegen iets op. Maar dit kan ook op fantasie berusten. Hoe dan ook, staren deed hij. Om tureluurs van te worden.

Bij het verhaal over Jezus' hemelvaart staat ook de vraag: Wat staren jullie naar de hemel, Galilese mannen? De profeet Jesaja gebruikt het woord met betrekking tot het verleden. Dat levert op de drempel van een nieuw jaar een aansprekende tekst aan als rite de passage: Blijf niet staren op wat vroeger was! En of dat nog niet genoeg is: Sta niet stil in het verleden. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wij hangen aan het verleden en hebben moeite met verandering. In het dagelijks leven, als de kinderengroot worden en uitvliegen, als een dierbare overlijdt, anyway.
In de kerk is 'blijven staren op wat vroeger was' niet minder de praktijk bij lastige gesprekken en ingrijpende besluiten van verandering. Was het nog maar zoals vroeger. Weemoed kan ons een warm gevoel geven, maar is, als we de profeet mogen geloven, per slot van rekening een blok aan ons been. Want de tijd gaat verder. Maar dat is slechts een dun aftreksel van wat de profeet zegt. Het is niet de tijd die verder gaat, maar de Heer, die zijn geschiedenis van heil met ons voortzet op nieuwe wijze. Hij gaat ons voor de toekomst in, het leven door, op weg naar een nieuw begin.
Mijn onfortuinlijke hemelkijkertje heeft reeds lang het tijdelijke met het eeuwige ingewisseld, maar ik geloof niet dat de profeet het hiernamaals in gedachten heeft. Het nieuwe dat God brengt is wel 'van eeuwigheid' (in kwaliteit), maar bedoeld voor het hier en nu, als troost en motor van verandering en dynamiek. Daarbij past geen staar of weemoed. Bij de uittocht weigerde het volk ook al eens in de toekomst te geloven en keerde het liever terug naar 'de vleespotten van Egypte'. Toen was God wel een beetje kwaad op zijn volk. Kwaad en beledigd. Merk je het niet? is de vraag!
Om God te volgen op zijn weg moet je attent zijn, wakker en alert. Navolging is geen sinecure en niet iets voor luie mensen. De toekomst begint waar wij de vraag van de profeet bevestigend beginnen te beantwoorden…
Teunard van der Linden


